Imposter syndroom: als je steeds bang bent om door de mand te vallen
Bang dat ze ontdekken dat je het eigenlijk niet kunt? Wat het imposter syndroom is, wat onderzoek zegt over wat helpt, en drie oefeningen voor op het werk.
Je hebt de baan gekregen, of die promotie waar je zo lang naartoe werkte. Iedereen feliciteert je. En toch is daar die stem die zegt dat het een vergissing was, dat ze er binnenkort achter komen dat je het eigenlijk niet kunt. Dat gevoel heeft een naam, het imposter syndroom. Het is geen diagnose en je bent er niet de enige in. Belangrijker nog, er is onderzoek naar wat ertegen helpt.
Wat het imposter syndroom precies is
De term gaat terug op de Amerikaanse psychologen Pauline Clance en Suzanne Imes, die het verschijnsel in 1978 beschreven bij succesvolle vrouwen. Inmiddels weten we dat mannen en vrouwen er ongeveer even vaak last van hebben. Psychologie Magazine zette op 5 oktober opnieuw op een rij wat het inhoudt. Het is een verzameling persoonlijkheidstrekken, geen stoornis. Mensen die het hebben, leggen de lat torenhoog en onderschatten wat ze presteren. Uit een peiling van het blad onder 1500 lezers en volgers bleek dat 24 procent vaak het gevoel heeft de boel te bedriegen.
Opvallend is dat het met ervaring niet vanzelf slijt. Wie hogerop komt, krijgt er eerder meer momenten bij waarop het gevoel opspeelt. Een nieuwe baan, een leidinggevende rol of een presentatie voor de directie zijn klassieke triggers. Hoe hoger opgeleid, hoe sterker de gevoelens vaak zijn, zeker bij mensen die van nature perfectionistisch zijn en weinig zelfvertrouwen hebben.
Waarom succes het gevoel niet wegneemt
Je zou denken dat elk compliment helpt. Jasmine Vergauwe, onderzoeker aan de Universiteit Gent, legt in het artikel uit waarom dat niet zo werkt. Veel mensen met imposter-gevoelens bereiden zich extreem goed voor, uit angst om te falen. Dat werkt, ze doen het goed en krijgen lof. Maar de opluchting is tijdelijk. Het succes schrijven ze toe aan geluk, toeval of omstandigheden, niet aan zichzelf. Elk nieuw succes voelt daardoor als bewijs dat ze er weer mee weggekomen zijn.
Dat patroon kost veel energie. Wie zijn onzekerheid bestrijdt met keihard werken, loopt het risico op stressklachten en uiteindelijk een burn-out. Er bestaat ook een omgekeerde reactie. Sommige mensen leggen de lat juist bewust laag, zodat ze anderen kunnen verrassen of minder diep vallen als het misgaat. Beide strategieën houden je klein.
Er zit een overlap met perfectionisme, waar we eerder over schreven in ons stuk over perfectionisme loslaten. Het verschil is dat de imposter niet alleen wil dat alles perfect is, maar vooral bang is ontmaskerd te worden.
Wat volgens onderzoek helpt
Een Amerikaanse studie in de Journal of Vocational Behavior uit 2019 keek naar hoe mensen met imposter-gevoelens steun zoeken. De uitkomst is verrassend. Wie zijn twijfels deelt met een collega of medestudent, voelt zich daarna vaak slechter. Die persoon zit in hetzelfde schuitje, en de vergelijking valt al snel in je nadeel uit. Steun van iemand buiten het werk, zoals een vriend, partner of familielid, hielp wel. Die kan uitzoomen en je wijzen op wat je goed doet. Bovendien bleek dat mensen met imposter-gevoelens gemiddeld niet slechter presteren dan anderen.
Coaches benadrukken daarnaast dat het helpt om uit te zoeken waar je precies bang voor bent. Is het afwijzing, of de angst dat je er niet toe doet? Wie die diepste angst durft te benoemen, ziet vaak dat hij niet klopt. Dan kun je de gedachte nog steeds hebben, maar hoef je er niet meer naar te handelen.
Drie oefeningen voor op het werk
Psychologie Magazine noemt zelf een cv in de derde persoon en een complimentenboekje. Die werken prima thuis. Voor op het werk zelf zijn dit drie oefeningen die je zonder voorbereiding kunt doen.
- Houd een feitenlog bij. Zet in een notitie op je telefoon elke vrijdag drie dingen die die week aantoonbaar door jou gelukt zijn. Geen gevoel, alleen feiten. Een afgeronde offerte, een klant die bedankte, een probleem dat je oploste. Na een paar maanden heb je een dossier dat je kunt teruglezen voor je volgende beoordelingsgesprek, en dat sterker is dan het stemmetje in je hoofd. Wie dit soort reflectie wil uitbreiden, heeft wat aan onze tips om met journaling te beginnen.
- Zeg alleen dank je wel. Krijg je een compliment van je leidinggevende of een collega, doe het dan niet af met dat het niets voorstelde. Zeg dank je wel en laat het daarbij. Het voelt in het begin ongemakkelijk, maar het voorkomt dat je je eigen werk telkens kleiner maakt, ook in de ogen van anderen.
- Begrens je voorbereiding. Spreek vooraf met jezelf af hoeveel tijd een taak krijgt, bijvoorbeeld twee uur voor een presentatie, en lever in als die tijd om is. Zo test je in de praktijk wat er gebeurt als je niet alles tot in de puntjes dichttimmert. Meestal blijkt het resultaat net zo goed ontvangen te worden. Dat is het bewijs dat je succes niet aan het overwerk lag, maar aan jou.
Wanneer het meer is dan twijfel
Imposter-gevoelens horen bij veel loopbanen en worden vaak minder zodra je ze herkent. Merk je dat de twijfel je slaap, je plezier in je werk of je relaties langdurig aantast, praat er dan over met je huisarts of een psycholoog. Daar is niets bedriegelijks aan.