Nederlanders zien de minste drempels om van baan te wisselen: zo zet je de stap
Nergens zien werknemers zo weinig barrières om van baan te wisselen als in Nederland. Waarom het toch spannend voelt en hoe je de overstap maakt.
Wie in Nederland werkt, ziet minder obstakels dan wie dan ook om van baan te wisselen. Dat blijkt uit People at Work 2026, het jaarlijkse onderzoek van ADP Research onder werknemers in 36 landen, waarover Fonk op 21 oktober berichtte. Slechts 23 procent van de Nederlandse werknemers vindt dat overstappen moeilijker is geworden dan een jaar eerder. Wereldwijd is dat 46 procent. En toch kent bijna iedereen wel iemand die al jaren zegt dat hij eigenlijk weg wil, en blijft. Hoe kan dat, en hoe maak je de stap als je er zelf mee rondloopt?
Wat het onderzoek laat zien
Ruim drie op de tien Nederlanders (30,4 procent) vinden het juist makkelijker geworden om van werkgever te wisselen. Dat vertrouwen zit niet alleen bij starters. Vooral werknemers tussen 27 en 54 jaar zeggen relatief vaak dat overstappen veel eenvoudiger is geworden. Waar de leeftijdsgroepen wel uit elkaar lopen, is ontwikkeling. Van de werknemers tussen 18 en 26 jaar zegt 13 procent vol overtuiging de vaardigheden te hebben om de komende drie jaar verder te komen. Bij 55 tot 64 jaar is dat 6 procent. Ook het gevoel dat de werkgever investeert in je groei zakt met de leeftijd, van 15 procent bij de jongste groep naar 5 procent bij de oudste.
Dat laatste is interessanter dan het lijkt. De arbeidsmarkt staat open, maar veel mensen twijfelen of ze zelf genoeg in huis hebben. De drempel zit dus minder in de markt en meer in je eigen hoofd.
Waarom het toch spannend voelt
Een vaste baan is meer dan een salaris. Je weet hoe het werk gaat, je kent je collega’s, je hebt opgebouwd vertrouwen en vaak ook een vaste plek in het rooster en de cao. Bij een overstap ruil je al die zekerheden in voor beloftes uit een paar gesprekken. Psychologisch weegt wat je kwijt kunt raken zwaarder dan wat je erbij kunt krijgen, en dat maakt elke overstap groter dan hij op papier is.
Daar komt de onzekerheid over je eigen waarde bij, die het ADP-onderzoek zo duidelijk laat zien bij oudere werknemers. Wie lang bij dezelfde werkgever zit, weet vaak niet goed hoe zijn ervaring buiten de deur wordt gelezen. Op deze site schreven we eerder over na dertig jaar in hetzelfde werk het roer omgooien, en dat gevoel speelt daar sterk mee. Het helpt om te weten dat werkgevers steeds vaker naar vaardigheden kijken en niet alleen naar diploma’s.
Tot slot is er de praktische angst. Wat als de nieuwe baan tegenvalt, of als je in de proeftijd wordt weggestuurd? Die zorg is reëel, maar vaak kleiner dan gedacht, zoals verderop blijkt.
Zo zet je de stap
Een overstap lukt beter als je hem opknipt in kleine, concrete beslissingen. Dit is een volgorde die voor de meeste mensen werkt.
- Benoem wat je weg drijft. Is het de inhoud van het werk, je leidinggevende, het salaris of het gebrek aan groei? Soms is het antwoord dat je met een ander takenpakket bij je huidige werkgever al verder komt. Daarover schreven we in meer werkgeluk zonder van baan te wisselen.
- Maak je vaardigheden zichtbaar. Schrijf op wat je kunt, los van je functietitel. Wat los je op, voor wie, en met welk resultaat? Dat lijstje is de basis voor je cv en voor elk gesprek.
- Verken voordat je solliciteert. Een paar koffiegesprekken met mensen in de functie of sector die je trekt, leveren meer op dan tien sollicitatiebrieven in het wilde weg.
- Zeg pas op als je iets getekend hebt. Wie zelf ontslag neemt zonder nieuwe baan, krijgt in de regel geen WW. Houd daarnaast rekening met je opzegtermijn, meestal een maand.
- Lees het nieuwe contract op proeftijd en cao. Een proeftijd mag bij een contract van twee jaar of korter hooguit een maand zijn, bij een langer of vast contract hooguit twee maanden.
Wat er met je WW gebeurt als het misgaat
Een overstap zet je opgebouwde rechten niet op nul, en dat weten weinig mensen. Voor de WW telt volgens UWV je hele arbeidsverleden, niet alleen de jaren bij je laatste werkgever. Om in aanmerking te komen moet je in de laatste 36 weken minstens 26 weken hebben gewerkt, en het maakt niet uit bij wie.
Daarnaast bestaat er een regeling die overstappers beschermt die een baan met een lager loon aannemen, het garantiedagloon. Werkte je minstens een jaar bij je vorige werkgever, ging je direct naar een nieuwe baan en word je daarna binnen 54 weken na het einde van die vorige baan werkloos, dan rekent UWV je WW uit met je oude, hogere loon. Wie een stap terug in salaris zet voor leuker werk, loopt dus minder risico dan vaak gedacht.
De markt staat open, gebruik dat
Het ADP-onderzoek zegt vooral iets over het klimaat. In Nederland ervaren werknemers minder barrières dan waar ook ter wereld. Dat is geen garantie dat de volgende baan beter is, maar wel een goed moment om eerlijk te kijken of je blijft omdat je wilt, of omdat de stap eng voelt. Als het het tweede is, begin dan klein. Een gesprek, een lijstje, een eerste sollicitatie. De rest volgt meestal vanzelf.