Van wereldrecord naar Tweede Kamer: de dubbele loopbaan van Mieke Sterk
Mieke Sterk (80) is overleden. Olympisch atlete met een wereldrecord, daarna vormingswerker in Zaandam en Kamerlid voor de PvdA. Zo verliep haar tweede loopbaan.
Mieke Sterk is op 80-jarige leeftijd overleden. De NOS en het AD noemen haar in één adem olympisch atlete en oud-Kamerlid, en die dubbele titel zegt al veel. Weinig Nederlanders hebben zowel een wereldrecord op hun naam als een termijn in de Tweede Kamer. Toch was dat niet de sprong die het lijkt. Tussen de atletiekbaan en het Binnenhof lag een loopbaan van zo’n twintig jaar die bijna niemand meer kent, en juist daarin zit wat haar verhaal interessant maakt voor iedereen die over een tweede loopbaan nadenkt.
Een wereldrecord in Mexico-Stad
Sterk werd op 5 januari 1946 in Haarlem geboren. Ze was sprinter en hordeloopster en werd volgens Wikipedia twintig keer Nederlands kampioen, op individuele nummers en met de estafetteploeg. Het hoogtepunt kwam op de Olympische Spelen van 1968 in Mexico-Stad. Samen met Wilma van den Berg, Truus Hennipman-Cruiming en Corrie Bakker liep ze op de 4×100 meter in de series een wereldrecord van 43,4 seconden. In de finale werd de ploeg vierde. Volgens de biografie op Parlement.com kostte een slechte wissel daar het brons.
Die Nederlandse toptijd bleef volgens de NOS 44 jaar staan. Pas op het WK van 2011 in Daegu werd hij geëvenaard en een jaar later verbeterd. Haar persoonlijk record op de 100 meter was 11,6 seconden, op de 100 meter horden 13,2. In 1973 werd ze nog KNAU-atlete van het jaar.
Al als atlete liet ze zien dat ze haar eigen koers voer. Vlak voor de openingsceremonie in Mexico knipte ze haar rok af, omdat ze die naar eigen zeggen “te truttig” vond. En in 1969 bleef ze weg bij de Europese kampioenschappen in Athene, uit protest tegen het kolonelsregime in Griekenland. Een topsporter die een titeltoernooi laat schieten om haar principes, dat was toen zeldzaam en is het nog steeds.
De loopbaan tussen sport en politiek
Het deel dat in de meeste overlijdensberichten wegvalt, is wat ze na de atletiek deed. Sterk studeerde aan de Sociale Academie, een opleiding cultureel werk, en ging aan de slag als vormingswerkster onder jongeren in Zaandam. Volgens Wikipedia werkte ze in het vormingswerk met randgroepjongeren, asielzoekers en mensen met een verstandelijke beperking. Later werd ze coördinator en afdelingsleider bij het Damlandcollege in Zaandam, op een afdeling voor vorming, oriëntatie en schakelen, en coördinator voor de sociale werkvoorziening.
Dat is geen voor de hand liggende route voor een olympiër. Veel topsporters blijven na hun carrière dicht bij hun sport, als trainer, bestuurder of commentator. Sterk koos voor werk met mensen die aan de rand van de arbeidsmarkt stonden. Ze volgde daarnaast cursussen, waaronder een over vrouw en management. Wie haar cv leest, ziet geen sprong maar een opbouw. Jarenlange ervaring in welzijnswerk en onderwijs vormde precies de kennis waarmee ze later in de Kamer aan de slag zou gaan.
Dat patroon zie je vaker bij een geslaagde carrièreswitch. Wie van vak wil veranderen, gooit zelden alles weg. De bruikbaarste stap is er een waarin je meeneemt wat je al kunt. In ons stuk over de stap naar een eigen zaak komt dat ook terug. De overstap lukt beter als hij voortbouwt op wat je al hebt gedaan.
Vier jaar in de Tweede Kamer
In 1994 kwam Sterk voor de PvdA in de Tweede Kamer, volgens de NOS op verzoek van toenmalig partijvoorzitter Felix Rottenberg. Ze zat er van 30 augustus 1994 tot 19 mei 1998. Haar portefeuille ging over volksgezondheid, onderwijs, sport en welzijn, met de nadruk op gehandicaptenbeleid. Dat sloot naadloos aan op haar werk in Zaandam. Haar sportverleden gaf haar naamsbekendheid, haar tweede loopbaan gaf haar de inhoud.
Haar eigen koers bleef ook in Den Haag zichtbaar. In 1997 stemde ze met drie andere fractieleden voor een motie over een verblijfsvergunning voor de familie Gümüş, tegen de lijn van de fractie in. Ze uitte kritiek op het partijbeleid en op fractievoorzitter Wallage. Parlement.com schrijft dat haar non-conformisme nogal botste met de Haagse cultuur. Het gevolg was dat de PvdA haar in 1998 een onverkiesbare plek gaf, waarna ze uit de Kamer verdween.
| Periode | Wat ze deed |
|---|---|
| jaren zestig en zeventig | Sprinter en hordeloopster, twintig Nederlandse titels |
| 1968 | Wereldrecord 4×100 meter in de series, vierde in de olympische finale |
| na de atletiek | Sociale Academie, vormingswerk in Zaandam, leidinggevende bij het Damlandcollege |
| 1994 tot 1998 | Tweede Kamerlid voor de PvdA, onder meer sport en gehandicaptenbeleid |
| vanaf 1998 | Werk bij de beroepsvereniging V&VD Ambulancezorg |
Wat haar loopbaan laat zien over een tweede start
Na de Kamer pakte ze de draad weer op. Volgens Parlement.com ging ze vanaf 1998 aan de slag bij V&VD Ambulancezorg, de beroepsvereniging voor ambulancepersoneel. Ook dat past in het patroon. Ze bleef dicht bij zorg en welzijn, het terrein dat ze als vormingswerker en als Kamerlid had leren kennen.
Wat haar loopbaan zo leerzaam maakt, is dat de bekendste twee hoofdstukken het minst zeggen over hoe ze er kwam. Het wereldrecord en de Kamerzetel zijn de momenten die in het nieuws komen. De jaren in Zaandam zijn het werk dat die tweede stap mogelijk maakte. Haar politieke loopbaan duurde vier jaar en eindigde niet op eigen voorwaarden, maar ze stond er met kennis die ze zelf had opgebouwd, niet alleen met een bekende naam.
Daar zit volgens ons de les voor wie nu een overstap overweegt. Een tweede loopbaan begint zelden met de sprong zelf. Hij begint met jaren waarin je iets opbouwt wat later blijkt te passen, ook als je dat op dat moment nog niet weet. En soms hoort er een vorm van eigenwijsheid bij die niet altijd wordt beloond, maar wel bepaalt waar je voor staat. Mieke Sterk had dat al in 1968, toen ze die rok afknipte.