voor wie net even iets meer wil weten
Persoonlijk

Waarom september een beter startmoment is dan januari

Voornemens in januari houden zelden stand. Eind augustus heb je ritme, licht en rust mee. Wat dat verschil maakt, en wat je deze week concreet doet.

Mick Punt 31 augustus 2026 6 min
Vroege ochtend eind augustus, iemand loopt met een tas over een stille straat

Eind augustus is in Nederland het echte begin van het jaar. De scholen gaan open, de agenda’s lopen weer vol, en iedereen die in juli nog vaag zei dat het na de vakantie anders zou gaan, staat nu voor de vraag wat dat dan precies betekent. Januari krijgt alle aandacht als startmoment, maar wie eerlijk terugkijkt weet hoe dat afloopt. Begin februari is de sportschool weer leeg.

Dat verschil is geen kwestie van wilskracht. Het zit in het moment zelf.

Waarom januari zo vaak mislukt

Een voornemen op 1 januari valt samen met de donkerste, natste en duurste weken van het jaar. Je komt uit een periode van laat opblijven en onregelmatig eten, het is om vijf uur donker, en de decemberrekeningen komen binnen. Precies op dat moment vraag je van jezelf dat je vroeger opstaat, minder drinkt en meer beweegt. Je vraagt de grootste verandering op het moment dat je de minste reserves hebt.

Daar komt bij dat januari-voornemens vrijwel altijd te groot zijn. Ze gaan over wie je wilt zijn, niet over wat je maandagochtend doet. “Fitter worden” is geen plan, het is een wens. En een wens heeft geen eerste stap, dus komt er ook geen tweede.

Wat september wel meebrengt

September geeft je drie dingen cadeau die januari je afpakt. Het eerste is een ritme dat al bestaat. Of je nu kinderen naar school brengt of niet, de hele omgeving schakelt terug naar vaste tijden. Vergaderingen staan weer op dezelfde dagen, de sportclubs beginnen, de buurt loopt weer op hetzelfde uur naar buiten. Je hoeft geen structuur te verzinnen, je hoeft alleen aan te haken bij structuur die er toch komt.

Het tweede is licht. Eind augustus is het om acht uur ’s ochtends gewoon licht en om acht uur ’s avonds nog niet donker. Dat klinkt als een detail, maar het is het verschil tussen een wandeling die vanzelf gaat en een wandeling waar je jezelf toe moet zetten. Je hebt nog zes tot acht weken waarin het buiten meewerkt, en dat is genoeg om iets te laten beklijven voordat de klok verzet wordt.

Het derde is dat er niemand meekijkt. Een voornemen in januari is een publieke gebeurtenis: iedereen vraagt ernaar, iedereen weet het, en dus voelt stoppen als falen waar anderen bij zijn. In september kun je gewoon beginnen. Niemand let op, en dat maakt de eerste onhandige weken een stuk draaglijker.

Hoelang het echt duurt

Er wordt vaak beweerd dat een gewoonte er in eenentwintig dagen in zit. Dat getal komt uit een boek uit de jaren zestig van een plastisch chirurg die opmerkte dat patiënten ongeveer drie weken nodig hadden om aan hun nieuwe gezicht te wennen. Het is nooit onderzoek geweest naar gewoontes.

Het onderzoek dat er wel is, van University College London, volgde mensen die een nieuwe dagelijkse handeling aanleerden en keek wanneer die vanzelf ging. De mediaan lag rond de zesenzestig dagen, met een spreiding van achttien tot ruim tweehonderd dagen, afhankelijk van hoe zwaar de handeling was. Een glas water bij het ontbijt gaat sneller vanzelf dan een half uur hardlopen.

Zesenzestig dagen vanaf begin september brengt je op begin november. Dat is precies waarom dit moment werkt: je hebt de gunstige weken nodig om door de periode heen te komen waarin het nog geen gewoonte is. Begin je in januari, dan valt die hele aanloop in het slechtste seizoen.

Wat je deze week doet

Het punt van een goed startmoment is dat je er weinig van hoeft te maken. Vier dingen, deze week:

  • Kies één ding. Niet drie. Eén handeling die je dagelijks of op vaste dagen doet, klein genoeg dat je hem op een slechte dag ook nog haalt.
  • Plak hem vast aan iets dat al gebeurt. Na het tandenpoetsen, voor de eerste vergadering, direct na het avondeten. Een tijdstip vergeet je, een aanleiding niet.
  • Maak de eerste versie belachelijk klein. Tien minuten wandelen, niet vijf kilometer. Eén bladzijde, niet een hoofdstuk. Je bouwt de eerste weken geen conditie op, je bouwt een aanleiding op.
  • Spreek af wat er gebeurt als je een dag mist. Niet óf, maar wanneer. De regel die werkt is simpel: nooit twee keer achter elkaar overslaan.

Die laatste is de belangrijkste en wordt het vaakst overgeslagen. Bijna niemand struikelt over de eerste gemiste dag. Mensen struikelen over wat ze zichzelf na die gemiste dag vertellen. Wie een dag missen opvat als bewijs dat het toch niets wordt, stopt in week drie. Wie het opvat als een gewone dag zonder, gaat door.

Waar ik zelf sceptisch over ben

Ik geloof niet zo in het idee dat je je leven in september opnieuw uitvindt. De meeste mensen die in augustus een lange lijst maken, doen daar in oktober nog steeds niets mee. Wat wel werkt is saai: één verandering, aangehaakt aan een moment dat er toch is, volgehouden tot het niet meer opvalt. Daarna pas de volgende.

En er is een eerlijke kanttekening bij dit hele verhaal. Een gunstig startmoment helpt, maar het compenseert geen omstandigheden. Wie in ploegendienst werkt, mantelzorgt of met te weinig geld rondkomt, heeft geen wilskrachtprobleem maar een ruimteprobleem. Dan is de eerste vraag niet welke gewoonte erbij kan, maar wat eraf kan. Daar hebben we eerder over geschreven in het stuk over ruimte creëren in een druk leven, en dat is vaker het echte startpunt dan een nieuw voornemen.

Voor wie die ruimte wel heeft: dit is het beste moment van het jaar om te beginnen, en dat blijft het ongeveer tot half oktober. Daarna wordt het donker en moet je het echt van jezelf hebben. Begin nu iets kleins, dan is het tegen die tijd geen voornemen meer maar gewoon iets wat je doet. Slaap speelt daarbij een grotere rol dan de meeste mensen denken, want een plan dat je uitvoert op vier uur slaap houdt niemand vol; hoe je de ruimte waarin je slaapt inricht, werkt daar direct op door.

En als het toch niet lukt

Er komt een week waarin het misgaat. Een verkoudheid, een deadline, een weekend weg, en ineens staan er vier dagen zonder achter elkaar. Dat is geen uitzondering, dat hoort erbij, en het is precies het punt waarop de meeste mensen concluderen dat ze het toch niet kunnen.

Wat helpt is de lat tijdelijk verlagen in plaats van de hele afspraak op te geven. Ging je wandelen, loop dan een blokje om. Ging je lezen, lees twee bladzijden. Je houdt niet de prestatie in stand maar de aanleiding, en die aanleiding is het enige wat je later weer op gang helpt. Wie de aanleiding kwijtraakt, begint helemaal opnieuw; wie hem houdt, pakt de draad in een dag weer op.