voor wie net even iets meer wil weten
Persoonlijk

Waarom een belofte aan jezelf zo makkelijk sneuvelt

Een afspraak met een ander kom je na, een voornemen voor jezelf niet. Dat ligt niet aan je discipline maar aan wat er ontbreekt: een tijdstip, een getuige en een gevolg.

Mick Punt 1 september 2026 6 min
Lege agenda op een keukentafel met een kop koffie bij vroeg ochtendlicht

Stel dat een vriend je vraagt of je zaterdagochtend om negen uur wil helpen met verhuizen. Je zegt ja. Het is vroeg, het regent misschien, je hebt eigenlijk geen zin, en toch sta je er. Precies dezelfde persoon neemt zich voor om diezelfde zaterdag om negen uur een uur te gaan hardlopen, en ligt om tien over negen nog in bed. Dat is een raar verschil, want het gaat om dezelfde ochtend, hetzelfde weer en hetzelfde humeur. Het enige dat verschilt, is aan wie de belofte gedaan is.

Ik denk dat we dat verschil veel te lang hebben uitgelegd als een karakterkwestie. Wie zijn eigen plannen niet haalt, zou te weinig discipline hebben, te weinig motivatie, te weinig doorzettingsvermogen. Die verklaring is aantrekkelijk omdat ze kort is, en ze is ook nog eens makkelijk te verkopen: er bestaat een hele industrie van cursussen, apps en boeken die je discipline belooft te leveren. Maar wie goed kijkt naar wat er nu eigenlijk misgaat op zo’n zaterdagochtend, ziet iets anders. Een afspraak met een ander heeft een getuige, een tijdstip en een gevolg. Een voornemen voor jezelf heeft dat allemaal niet. Het is geen zwakke wil, het is een kale afspraak.

Een voornemen mist alles wat een afspraak een afspraak maakt

Kijk eens naar wat er gebeurt als je een tandartsafspraak maakt. Er wordt een datum en een tijd vastgelegd, iemand anders schrijft die op, je krijgt een herinnering, en als je niet komt hangt daar een rekening aan of op zijn minst een ongemakkelijk telefoontje. Vier dingen dus: een moment, een plek, een getuige, een gevolg. Een voornemen als “ik ga meer bewegen” of “ik ga dit jaar echt aan dat boek beginnen” heeft geen van die vier. Er is geen tijdstip, alleen een periode. Er is geen plek, alleen een idee. Er is geen getuige, want je hebt het aan niemand verteld, en juist dat voelde prettig, want dan kun je ook niet afgaan. En er is geen gevolg, want de enige die iets merkt van het uitstel ben jij, en jij bent ook degene die het uitstel goedkeurt.

Zo bekeken is het bijna knap dat voornemens soms wel lukken. Het gekke is dat we van onszelf verwachten dat we zonder al die steunbalken overeind blijven, terwijl we in ons werk geen enkele afspraak zo zouden inrichten. Niemand zegt tegen een collega: ik lever het rapport ergens dit kwartaal aan, en als het niet lukt hoor je niets van mij. Toch is dat precies de vorm waarin we onze eigen plannen gieten. Het is dan ook niet vreemd dat de eerste week van september of januari altijd goed gaat en de derde week niet. In die eerste week is het voornemen nog vers genoeg om zelf als gevolg te dienen.

Dat september daarbij een beter startmoment is dan januari heb ik eerder beschreven, en ik blijf erbij: het ritme van het jaar helpt je in september mee, terwijl je in januari tegen je eigen vermoeidheid in duwt. Maar een beter startmoment lost het probleem van de kale afspraak niet op. Het geeft je hooguit een paar weken extra voorsprong voordat je weer op wilskracht moet leunen. Wie in september begint met precies dezelfde vage formulering als vorig jaar januari, zit half oktober weer op hetzelfde punt.

Wat wel werkt is saaier dan motivatie

De oplossing die ik in de praktijk het vaakst zie werken is opvallend weinig inspirerend: geef je voornemen dezelfde vier eigenschappen die een gewone afspraak wel heeft. Zet het in je agenda op een dag en een uur, niet als een taak op een lijst maar als een blok met een begin en een eind. Kies de plek van tevoren, want de helft van het uitstel zit in het bedenken waar je heen moet. Vertel het aan iemand die het je later durft te vragen, en vraag hem expliciet om dat te doen, want mensen doen dat uit beleefdheid niet uit zichzelf. En zorg dat het iets kost als je niet gaat, al is het maar dat iemand op je staat te wachten.

Die laatste is de moeilijkste en tegelijk de krachtigste. Sporten in je eentje sla je over, sporten met iemand die anders alleen op het veld staat sla je niet over. Een cursus die je in je eentje online volgt zakt weg, dezelfde cursus met een lokaal en een docent niet. Het is geen toeval dat mensen die na jaren toch iets nieuws leren, of dat nu een taal is of een instrument, bijna altijd een vorm hebben gekozen waar een ander bij betrokken is. Ik heb dat zelf ook nodig gehad, en ik vind het eerlijker om dat gewoon te zeggen dan te doen alsof volwassenen dat niet meer nodig zouden hebben.

Dan is er nog de aantrekkelijke tussenoplossing: de app met de streak. Zo’n rijtje groene vinkjes maakt het gevolg zichtbaar en dat helpt echt, een tijdje. Wat mij aan die aanpak stoort, is dat je na een paar weken je best doet voor de streak en niet meer voor het ding zelf. Verlies je hem, dan verdwijnt niet alleen het vinkje maar ook het hele plan, want de reden om door te gaan zat in de reeks. Ik gebruik ze nog steeds, maar ik reken erop dat ze een paar weken meegaan en niet een jaar. Een afspraak met een mens overleeft een gemiste dag, een streak niet.

Wat in dit hele verhaal het meest wordt onderschat, is dat rust dezelfde bescherming nodig heeft als inspanning. In een volle week sneuvelt niet alleen het hardlopen, ook de avond waarop je niets zou doen wordt zonder morren opgegeven zodra iemand anders iets vraagt. Ruimte maken in een druk leven vraagt dus precies dezelfde behandeling: een tijdstip, een plek en iemand die weet dat je die avond niet beschikbaar bent. Doe je dat niet, dan is je vrije tijd het eerste dat wordt opgegeten, en daarna gaan alle andere plannen alsnog om, want een uitgeput mens komt geen enkele belofte na.

Er zit ook een grens aan deze aanpak, en die wil ik niet verzwijgen. Als je elk voornemen omzet in een keiharde afspraak met een getuige en een gevolg, verandert je leven in een agenda vol verplichtingen waar niemand vrolijk van wordt. Ik zou het daarom bij twee of drie dingen tegelijk houden, en de rest gewoon laten zoals het is: een idee dat af en toe eens langskomt en misschien ooit belangrijk genoeg wordt om er een tijdstip aan te geven. Dat is geen falen, dat is prioriteit.

Wie wil weten welke twee of drie dat zouden moeten zijn, komt uit bij een oudere en tragere vraag, namelijk wat je eigenlijk met dit jaar wil. Daar bestaat geen truc voor, en het gesprek over levensdoelen en richting is dan ook een heel ander gesprek dan dit. Maar als je die twee of drie eenmaal te pakken hebt, is de rest geen kwestie meer van motivatie vinden. Dan is het een kwestie van je eigen plan net zo serieus behandelen als de verhuizing van een vriend, en dat is minder romantisch dan het klinkt, maar het werkt aanzienlijk beter.