Omscholen zonder belastingaftrek: wie betaalt dan je overstap?
Studiekosten zijn sinds 2022 niet meer aftrekbaar en het STAP-budget is weg. Welke routes je nog hebt via je werkgever, het UWV, DUO en als ondernemer.
Wie halverwege zijn loopbaan een nieuw vak wil leren, betaalt de opleiding vaak grotendeels zelf. In een opiniestuk in het FD van 18 oktober wijst René Fornier erop dat starters en carrièreswitchers geen belastingaftrek krijgen voor een opleiding naar een nieuw bedrijf of een andere loopbaan. Volgens hem botst dat met het beleid voor een leven lang ontwikkelen, waarmee de overheid juist wil dat mensen blijven leren. Je leest zijn betoog in Fiscale regels voor scholing remmen een carrièrewissel.
Of die regels veranderen is een vraag voor de politiek. Wat je nu wel kunt doen, hangt sterk af van je situatie. Werk je in loondienst, ben je ondernemer of zit je tussen twee banen? Per situatie liggen de routes anders, en de duurste fout is een opleiding betalen die iemand anders had kunnen vergoeden.
Waarom je zelf vrijwel niets kunt aftrekken
Tot en met 2021 kon je studiekosten in je aangifte inkomstenbelasting aftrekken als ze bedoeld waren voor je huidige of toekomstige werk. Die aftrekpost is per 1 januari 2022 afgeschaft. Op de site van de Belastingdienst staat het kort en duidelijk, studiekosten en andere scholingsuitgaven zijn niet aftrekbaar. Er is één uitzondering, voor wie voor 1 juli 2015 een prestatiebeurs had die definitief niet is omgezet in een gift.
De vervanger was het STAP-budget, een subsidie die je als werkende of werkzoekende zelf kon aanvragen. Dat budget is op 1 januari 2024 gestopt. Een één-op-één opvolger voor individuen kwam er niet. Een deel van het vrijgekomen geld ging naar de SLIM-regeling, en die is voor werkgevers. Daar zit precies het probleem waar Fornier op wijst. Het systeem gaat er nu van uit dat een werkgever, een sectorfonds of het UWV meebetaalt. Wie zelf het initiatief neemt om van richting te veranderen, valt tussen die routes in.
Als ondernemer telt alleen wat bij je huidige bedrijf past
Voor zelfstandigen lijkt de opleiding een gewone bedrijfskost. Dat klopt alleen als je bestaande vakkennis onderhoudt of verbetert. Een timmerman die een cursus machinaal houtbewerken volgt, mag die kosten aftrekken, zo staat in een voorbeeld van de Belastingdienst dat de Rabobank aanhaalt. Een opleiding voor een nieuw beroep of een heel andere richting is meestal niet aftrekbaar, omdat dat geldt als investering in jezelf en niet in je onderneming.
Voor wie nog moet beginnen is het lastiger. Kosten die je maakt voordat je bedrijf bestaat, kunnen soms als aanloopkosten meetellen, maar dan moet het verband met de onderneming die je gaat starten duidelijk zijn. Dat is per geval een beoordeling, en het is precies het grijze gebied waar Fornier het over heeft. Ga je een opleiding volgen om straks voor jezelf te beginnen, leg dat dan vooraf voor aan een boekhouder of belastingadviseur en bewaar facturen en een beschrijving van de opleiding.
In loondienst ligt de sleutel bij je werkgever
Voor werknemers is de route via de werkgever fiscaal het gunstigst. Een werkgever mag een opleiding onbelast vergoeden via een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling. Die geldt niet alleen voor kennis die je nu nodig hebt, maar ook voor studie en opleiding om (meer) inkomen te verwerven. Een opleiding die je voorbereidt op ander werk kan daar dus onder vallen. Voor jou is het verschil groot. Betaal je een opleiding zelf, dan doe je dat van je nettoloon. Vergoedt je werkgever hem, dan kost het jou niets en hem geen extra loonheffing.
Dat maakt het gesprek met je werkgever de eerste stap, ook als de opleiding niet bij je huidige functie hoort. Veel werkgevers hebben een opleidingsbudget in de cao of kunnen SLIM-subsidie aanvragen. Volgens de Rijksoverheid kunnen werkgevers individuele aanvragen nog tot en met 31 december 2026 indienen. Hoe je zo’n verzoek onderbouwt en wat de wet over scholing zegt, lees je in je werkgever om een opleiding vragen.
Dreigt je baan te verdwijnen, let dan op de transitievergoeding. Je werkgever mag kosten voor een opleiding naar een andere functie, bij een ander bedrijf of binnen hetzelfde bedrijf, aftrekken van de transitievergoeding. Dat mag alleen als hij die kosten heeft gespecificeerd en jij vooraf schriftelijk akkoord gaf. Een opleiding die alleen je huidige functie verbetert, mag niet worden verrekend. Teken dus niet zomaar iets bij een reorganisatie zonder te weten welke opleiding er tegenover staat.
Zonder werkgever of tussen twee banen
Heb je een WW-uitkering, dan kan het UWV onder voorwaarden een opleiding naar werk met kans op een baan betalen, soms met behoud van uitkering. Hoe dat in de praktijk gaat lees je in ons stuk over omscholen met hulp van het UWV. Daarnaast zijn er sectorfondsen, die in veel branches opleidingen financieren, en regionale fondsen voor omscholing naar beroepen met tekorten.
Voor een erkende hbo- of wo-opleiding, of een voltijdse mbo-bol-opleiding, kun je bij DUO het levenlanglerenkrediet aanvragen als je jonger bent dan 57 jaar. Het is een lening en geen subsidie. De rente is volgens DUO 2,33 procent in 2026 en 2,70 procent in 2027. Je kunt het niet combineren met een opleiding die je werkgever al volledig betaalt.
Weet je nog niet welke kant je op wilt, begin dan bij een gratis loopbaangesprek. Werkcentra in een groeiend aantal regio’s bieden dat aan, ook als je geen uitkering hebt. Waar je zo’n gesprek vindt, staat in gratis advies over werk en scholing.
De volgorde die het meeste scheelt
Wat dit alles betekent, is dat de vraag wie betaalt vóór de inschrijving moet komen en niet erna. Een opleiding die je eerst zelf afrekent, kan achteraf meestal niet meer via je werkgever of een subsidie lopen. Bij de SLIM-regeling is de factuurdatum zelfs uitdrukkelijk leidend. Vraag dus eerst je werkgever, kijk daarna naar het sectorfonds van je branche en regionale regelingen, en neem het levenlanglerenkrediet pas als laatste. Wie voor zichzelf wil beginnen, laat vooraf beoordelen of de opleiding als aanloopkosten kan tellen.
Het betoog van Fornier raakt een punt dat veel overstappers herkennen. Juist de mensen die zonder hulp van een werkgever een andere richting kiezen, betalen het meest. Zolang dat zo blijft, loont het om eerst alle andere deuren te proberen voordat je zelf de rekening betaalt.