Je vaardigheden laten meetellen naast je diploma: wat de oproep van de SER betekent voor je overstap
SER-voorzitter Kim Putters wil de arbeidsmarkt bij de tijd brengen, met meer oog voor vaardigheden. Wat er al loopt en hoe je je ervaring nu laat erkennen.
De Sociaal-Economische Raad zette vandaag een stuk online met een duidelijke titel. In Breng de arbeidsmarkt bij de tijd schrijft SER-voorzitter Kim Putters dat werken, leren en zorgen in een mensenleven steeds door elkaar lopen, en dat de arbeidsmarkt daar niet op is ingericht. Overstappen naar ander werk is volgens hem nog altijd lastig, zeker naar een andere sector. Hij pleit onder meer voor meer oog voor vaardigheden en niet alleen voor diploma’s. Wie overweegt om bij te leren of een andere kant op te gaan, wil vooral weten wat daarvan nu al bruikbaar is.
Geen nieuw advies, wel een duidelijke richting
Het is goed om te weten wat dit stuk wel en niet is. Het is geen nieuw SER-advies maar een column van de voorzitter, die ook verschijnt in het nieuwe nummer van het SER-magazine Zicht op, dat helemaal over werken, leren en zorgen gaat. Putters verwijst naar adviezen die de raad de afgelopen jaren al gaf, over het verlofstelsel, mantelzorg, arbeidsproductiviteit, leren en ontwikkelen en de inzet van AI. Volgens hem komt het er nu op aan om die voorstellen om te zetten in beleid. Er verandert vandaag dus niets aan je rechten.
Dat betekent niet dat het een vrijblijvend verhaal is. Het kabinet liet deze maand weten de aanbevelingen van de SER over werkende mantelzorgers over te nemen, en je leest in ons stuk over die mantelzorgplannen hoe zo een advies uiteindelijk bij werkenden terechtkomt. De SER is de plek waar werkgevers, vakbonden en kroonleden het eens worden, en wat daar breed gedragen wordt, belandt vaak later in wetten en cao’s.
Waarom je vaardigheden straks zwaarder kunnen wegen
Het concreetste onderdeel van het verhaal over vaardigheden speelt zich niet in Den Haag af maar in de sectoren zelf. Op 30 september tekenden ruim twintig brancheorganisaties en vakbonden bij de SER een intentieverklaring voor de Skillscoalitie. Daarbij zitten onder meer FNV, CNV, ActiZ, Techniek Nederland, Bouwend Nederland, Koninklijke Horeca Nederland en Bovag. Het doel is om vaardigheden op dezelfde manier te beschrijven, betrouwbaar vast te stellen en vast te leggen, zodat ze ook buiten je eigen functie of sector iets waard zijn. Diploma’s en wettelijke beroepseisen blijven daarbij gewoon gelden.
In Zicht op staat een voorbeeld van hoe dat in de praktijk werkt. Zorginstelling Sint Jozefoord neemt bewust ook mensen zonder zorgachtergrond aan, laat hun competenties via een externe partij beoordelen en leidt ze daarna liever intern op dan via een mbo- of hbo-opleiding. Dat werkt volgens de organisatie sneller en meer op maat.
Voor jou als werkende is de eerlijke stand van zaken dat het nog vroeg is. In 2026 en 2027 gaan de sectoren de afspraken met proeven toetsen, en concrete afspraken waar je als werknemer iets aan kunt ontlenen zijn er nog niet. Wachten is daarom geen goed plan. Je kunt nu al zorgen dat je ervaring zwart op wit staat, zodat je klaar bent als een werkgever in een andere sector straks echt naar vaardigheden gaat kijken.
Wat je nu al kunt doen met wat je kunt
De bestaande route om werkervaring zonder diploma te laten erkennen is het ervaringscertificaat, vaak EVC genoemd. Volgens werk.nl van het UWV is dat geen diploma maar een bewijs van wat je weet en kunt. Je zoekt een erkende aanbieder, bespreekt met een begeleider welke ervaring voor je volgende stap telt, verzamelt bewijs zoals cursuscertificaten en laat dat beoordelen. Gemiddeld duurt dat zo’n drie maanden.
Zo een certificaat helpt op drie manieren. Je kunt in een sollicitatiegesprek laten zien wat je kunt, je kunt het gebruiken in gesprek met je huidige werkgever over een andere functie, en een mbo- of hbo-opleiding kan je er vrijstellingen voor geven. Dat laatste is voor overstappers misschien het meest waard, want een kortere opleiding scheelt tijd naast je werk en geld.
Over de kosten valt geen vast bedrag te noemen, want die verschillen per aanbieder en per traject. Heeft je sector een opleidingsfonds, dan betaalt dat soms mee, en anders kun je het je werkgever vragen. Heb je een uitkering zoals Ziektewet, WIA of Wajong, dan kan het UWV de kosten betalen als je arbeidsdeskundige vindt dat het past. Hoe je die vraag over geld vooraf regelt, staat uitgebreider in ons stuk over wie je overstap betaalt.
Let wel op bij wie je aanklopt. De overheid waarschuwde in 2024 voor fraude met zorgdiploma’s via ervaringscertificaten. Controleer daarom in het openbare register op ervaringscertificaat.nl of een aanbieder erkend is voordat je ergens tekent.
Voor zzp’ers ligt het lastiger
In hetzelfde magazine legt Connie Maathuis, voorzitter van Vereniging Zelfstandigen Nederland en sinds kort lid van de SER, de vinger op een zere plek. Een zelfstandige die een dag leert, mist die dag inkomen, en kan niet terugvallen op een cao of opleidingsfonds. Zij pleit voor een fiscaal aantrekkelijke trampolinerekening waarop zzp’ers geld opzij zetten voor scholing en andere zaken die nodig zijn om te blijven ondernemen. Dat is een voorstel en nog geen regeling. Tot die tijd is het voor een zelfstandige verstandig om scholing gewoon als vaste post in je jaarbegroting op te nemen, net als je pensioen en je buffer.
Weet je nog niet welke kant je op wilt, begin dan klein. Een gesprek op een gratis spreekuur over werk en scholing helpt je om te zien welke vaardigheden je al hebt en wat er nog ontbreekt. De oproep van de SER verandert vandaag niets aan je contract, maar de richting is helder. Wie zijn ervaring nu al kan laten zien, staat straks vooraan.