Een nieuwe taal leren naast je werk: zo bouw je het in je week in
Een nieuwe taal leren naast je werk lukt met twintig minuten per dag, een app plus les en een concreet doel. Met weekschema en benodigdheden.
Een nieuwe taal leren staat op veel lijstjes met voornemens, en het blijft er ook vaak staan. Niet omdat het te moeilijk is, maar omdat er naast een volle werkweek nooit een vast moment voor komt. Wie het anders wil aanpakken, begint niet met een app of een cursus, maar met twee vragen. Wat wil je over een jaar kunnen, en waar in je week past dat? Met een concreet doel en een kwartier tot twintig minuten per dag kom je verder dan je denkt.
Begin met een doel dat je kunt horen
“Spaans leren” is geen doel, het is een richting. Een doel is bijvoorbeeld dat je volgende zomer in een restaurant in Spanje kunt bestellen, vragen wat iets is en een kort praatje maakt met de eigenaar. Dat kun je toetsen, want je merkt ter plekke of het lukt.
Het helpt om je doel te koppelen aan de niveaus die taalscholen gebruiken, het Europees Referentiekader (ERK). Dat loopt van A1 voor absolute beginners tot C2 voor bijna moedertaalniveau. Een eenvoudig gesprek over alledaagse dingen, zoals eten bestellen, de weg vragen of vertellen waar je vandaan komt, hoort bij niveau A2. Voor je werk, bijvoorbeeld een overleg voeren of mails schrijven, heb je eerder B1 of B2 nodig.
Hoeveel tijd kost het?
Cambridge English, dat de bekende Engelse taalexamens afneemt, rekent met zogeheten begeleide leeruren. Volgens Cambridge kost het ongeveer 200 uur om van het ene ERK-niveau naar het volgende te komen. Voor niveau A2 noemen ze ongeveer 180 tot 200 uur vanaf nul, voor B1 ongeveer 350 tot 400 uur. Het gaat om uren met lesbegeleiding, en hoe snel het bij jou gaat, hangt af van je ervaring met andere talen, hoe vaak je oefent en hoeveel je de taal buiten de les hoort.
Reken het eens om. Twintig minuten per dag is ruim 120 uur per jaar. Dat lijkt weinig vergeleken met die 200 uur, maar het betekent dat je met een vast dagelijks moment en wat extra uren in een cursus binnen een jaar tot anderhalf jaar een eenvoudig gesprek kunt voeren. Het betekent ook dat je met af en toe een uurtje in het weekend er nooit komt. Regelmaat is hier belangrijker dan de lengte van één sessie.
App plus les, niet app of les
Een taalapp als Duolingo of Babbel is ideaal voor de dagelijkse twintig minuten. Je hebt hem altijd bij je, de oefeningen zijn kort en woorden die je lastig vindt, komen vanzelf vaker terug. Wat een app slecht doet, is je laten praten met een echt mens die terugvraagt, je verbetert en sneller spreekt dan je zou willen. Juist dat heb je nodig voor dat gesprek op vakantie.
Daarom werkt een combinatie het best. De app voor woorden en grammatica op werkdagen, en één keer per week echte spreekoefening. Dat kan een avondcursus zijn bij de Volksuniversiteit of een taalschool, een online les met een docent, of een taalcafé in je eigen stad waar mensen samenkomen om een taal te oefenen. Wij zouden kiezen voor een vaste groep, omdat je dan verwacht wordt en minder snel een week overslaat.
Leer je de taal ook voor je werk, vraag dan of je werkgever wil bijdragen. Hoe je dat onderbouwt, lees je in ons stuk over je werkgever om een opleiding vragen.
Zo bouw je het in je week in
Het geheim zit in een vast moment dat aan iets vastzit wat je toch al doet. De koffie na het ontbijt, de treinreis naar je werk of de eerste tien minuten van je lunchpauze. Dan hoef je er niet elke dag opnieuw over na te denken. Een voorbeeld van een week ziet er zo uit.
| Dag | Moment | Wat je doet | Tijd |
|---|---|---|---|
| Maandag | In de trein of bij de koffie | Les in de app, nieuwe woorden | 20 minuten |
| Dinsdag | In de trein of bij de koffie | Les in de app, herhalen | 20 minuten |
| Woensdag | Avond | Cursus of online les met spreken | 60 tot 90 minuten |
| Donderdag | In de trein of bij de koffie | Les in de app | 20 minuten |
| Vrijdag | Lunchpauze | Podcast of liedjes in de taal luisteren | 15 minuten |
| Zaterdag | Wanneer het uitkomt | Een aflevering van een serie met ondertiteling in de taal | 30 minuten |
| Zondag | Vrij | Niets, of tien zinnen hardop oefenen | 0 tot 10 minuten |
Zet de vaste momenten letterlijk in je agenda, net als een afspraak. Hoe je zo’n week indeelt zonder dat het voelt als een extra verplichting, lees je in ons stuk over timeblocking. Verwacht niet dat het na een week vanzelf gaat. Het duurt meestal een paar maanden voordat zo’n moment een gewoonte is, en hoe lang een nieuwe gewoonte nodig heeft verschilt sterk per persoon.
Wat heb je nodig?
Veel is het niet, en je hebt het meeste al in huis.
- Een taalapp op je telefoon, te downloaden in de App Store of Google Play
- Een cursusboek of werkboek op jouw niveau, te koop bij de boekhandel of te leen in de bibliotheek
- Een klein notitieboekje voor woorden en zinnen die je in het echt tegenkomt
- Oordopjes of een koptelefoon voor luisteroefeningen onderweg
- Een abonnement op een streamingdienst met series in de taal, als je dat al hebt
- Een vaste plek in je agenda voor de wekelijkse les of het taalcafé
Houd je doel levend
Voor veel mensen komt het lastigste moment na een paar weken. De eerste opwinding is weg en het grote gesprek voelt nog ver. Maak het doel dan weer concreet. Spreek met jezelf af dat je over een maand een kort filmpje van jezelf opneemt waarin je je voorstelt, of boek alvast die vakantie. Een datum in de agenda maakt van een vaag plan een deadline.
En reken jezelf niet af op een dag die mislukt. Wie een dag mist, pakt het de volgende dag gewoon weer op. Het gaat om de maanden, niet om de reeks in je app. Met twintig minuten per dag en één echt gesprek per week bestel je volgend jaar je eten in de taal van het land, en dat is een mooier souvenir dan je meeneemt uit welke winkel ook.