Waarom ADHD bij vrouwen vaak pas laat wordt ontdekt, en wat je dan doet
Bij vrouwen gaat het vaker om het onoplettende type ADHD, en dat valt minder op. De signalen, de weg naar een diagnose via de huisarts en hoe je je werk erop afstemt.
ADHD komt bij vrouwen ongeveer even vaak voor als bij mannen, maar vrouwen krijgen de diagnose vaak pas jaren later. Soms pas als volwassene, soms zelfs pas rond de overgang. Dat bleek opnieuw uit een stuk dat Psychologie Magazine op 1 oktober publiceerde, waarin psychiater Sandra Kooij uitlegt hoe dat komt. Hieronder waarom ADHD bij vrouwen zo vaak gemist wordt, welke signalen erbij horen, hoe de weg naar een diagnose loopt en hoe je je werk en je doelen erop kunt afstemmen.
Waarom ADHD bij vrouwen later wordt ontdekt
Het beeld dat de meeste mensen van ADHD hebben, is een druk jongetje dat niet stil kan zitten. Volgens Kooij, voormalig hoogleraar ADHD bij volwassenen aan het Amsterdam UMC, waren de criteria voor de diagnose lange tijd ook op dat beeld gebaseerd. Bij vrouwen gaat het vaker om het onoplettende type. In het artikel in Psychologie Magazine beschrijft ze vrouwen die dromerig zijn, snel afgeleid, perfectionistisch, onzeker en snel overprikkeld. Dat valt in een klas of op kantoor veel minder op dan druk gedrag.
Daar komt bij dat meisjes zich volgens Kooij vaak al jong aanpassen. Ze willen erbij horen en laten zo weinig mogelijk merken. Hun problemen richten zich naar binnen, en ze gaan denken dat ze lui of dom zijn. Omdat niemand de dagelijkse worsteling met concentratie ziet, krijgen ze eerder een ander label, zoals burn-out, angst of depressie. Hormonale veranderingen in de overgang kunnen de klachten versterken, en juist dan valt het kwartje soms pas.
Volgens het artikel heeft naar schatting 3 tot 5 procent van de volwassenen in Nederland ADHD. Een late diagnose geeft volgens Kooij vaak opluchting en herkenning, maar confronteert ook met gemiste kansen.
Signalen die je kunt herkennen
ADHD is iets wat je al vanaf je jeugd hebt, ook als het pas later wordt ontdekt. Thuisarts.nl, de publiekssite van de huisartsen, noemt bij volwassenen onder meer deze signalen.
- Moeite om je aandacht bij een gesprek of een lange tekst te houden.
- Veel dingen tegelijk doen en snel afgeleid raken.
- Slordige fouten maken, bijvoorbeeld op je werk.
- Vaak te laat komen, dingen kwijt zijn of afspraken en rekeningen vergeten.
- Moeite met het organiseren van taken en het op tijd afkrijgen van werk.
- Je onrustig voelen en moeilijk kunnen ontspannen.
Belangrijk om te weten is dat bijna iedereen zich in een paar van deze punten herkent, zeker in een drukke periode. Het gaat bij ADHD om klachten die er al lang zijn, in verschillende situaties terugkomen en echt problemen geven, thuis, op het werk of met andere mensen. Een online test of een herkenbare post op sociale media is geen diagnose.
De weg naar een diagnose
Denk je dat ADHD een verklaring kan zijn, dan begint de weg bij de huisarts. Volgens Thuisarts.nl verwijst de huisarts je door naar de ggz voor onderzoek. Daar kijkt een psycholoog of psychiater of je klachten passen bij ADHD, of dat er iets anders speelt. Omdat ADHD vaak samengaat met andere klachten zoals angst of depressie, wordt daar ook naar gekeken.
Een paar dingen helpen om het gesprek met je huisarts goed voor te bereiden.
- Schrijf op welke klachten je hebt en in welke situaties ze je belemmeren, met voorbeelden uit werk en thuis.
- Bedenk of je dit al als kind of tiener herkende. Oude rapporten of verhalen van ouders kunnen helpen.
- Noem eerdere diagnoses of behandelingen, bijvoorbeeld voor burn-out of somberheid, en of die hielpen.
- Vraag naar de wachttijd en wat je in de tussentijd kunt doen.
Na een diagnose volgt meestal een behandeling bij een psycholoog of psychiater. Thuisarts.nl noemt uitleg over ADHD, gedragstherapie en coaching als basis, en soms medicijnen als dat niet genoeg helpt. Over medicijnen beslis je samen met een psychiater, die ook de voor- en nadelen met je bespreekt.
Je werk en doelen erop afstemmen
Een diagnose verandert niet wie je bent, maar het verandert wel hoe je naar je eigen manier van werken kijkt. Veel vrouwen hebben jarenlang geprobeerd zich aan te passen aan een werkwijze die niet bij hun brein past, en zichzelf de schuld gegeven als dat niet lukte. Ik vind dat misschien wel de belangrijkste winst van een late diagnose. Je kunt stoppen met harder je best doen op de verkeerde manier, en beginnen met slimmer inrichten.
Thuisarts.nl noemt een paar dingen die helpen, zoals vaste tijden voor opstaan, eten en slapen, spullen op een vaste plek en een agenda waarin je zet wat je die dag doet en hoe lang het duurt. Op het werk kun je daar zelf op voortbouwen.
- Een rustige werkplek. Bespreek met je leidinggevende of je op momenten met concentratiewerk een stille plek of een thuiswerkdag kunt krijgen. Thuisarts.nl raadt dat gesprek ook aan.
- Kleine, zichtbare stappen. Grote projecten opdelen in taken die je in een uur kunt afronden, en die ergens afvinken.
- Externe structuur. Herinneringen, timers en vaste momenten om je mail te checken nemen werk uit handen dat je hoofd anders moet doen.
- Doelen die bij je passen. Minder doelen tegelijk, met een duidelijk eerstvolgend moment. Ons stuk over uitstelgedrag doorbreken bevat technieken die ook dan goed bruikbaar zijn.
- Grenzen bij overprikkeling. Plan rust in na drukke dagen, net zo serieus als een afspraak.
Of je je werkgever over een diagnose vertelt, is je eigen keuze. Je bent dat niet verplicht. Wie het wel doet, merkt vaak dat concrete aanpassingen makkelijker te regelen zijn. Een coach of de bedrijfsarts kan helpen om te bepalen wat je nodig hebt.
Herken je jezelf in dit verhaal, dan is dat een goede reden om het met je huisarts te bespreken. Niet om een label te krijgen, maar om eindelijk te weten waar je tegenaan loopt, en daar je leven op in te richten.