Opgejaagd gevoel: waarom je brein de moderne wereld niet bijhoudt
Altijd het gevoel dat je achterloopt? Psycholoog Séverine Van De Voorde legt uit wat er in je brein gebeurt en welke drie gewoontes rust terugbrengen.
Je inbox loopt over, je telefoon trilt en je to-dolijst wordt langer in plaats van korter. Veel mensen herkennen het gevoel dat ze altijd een stap achterlopen, hoe hard ze ook rennen. Volgens de Belgische psycholoog Séverine Van De Voorde is dat geen persoonlijk falen. Het is een brein dat gebouwd is voor een andere wereld dan de wereld waarin het nu moet functioneren. Het goede nieuws is dat je daar met een paar gewoontes veel aan kunt veranderen.
Een oerbrein in een razendsnelle wereld
Van De Voorde is doctor in de psychologie en gespecialiseerd in burn-out en chronische stress. In een interview met Knack Weekend van 6 oktober 2026 vertelt ze over haar boek Van rush naar rust, verschenen bij Borgerhoff & Lamberigts. Haar uitgangspunt is dat ons brein een oerbrein is, dat niet is meegegroeid met het tempo van het moderne leven.
Om dat uit te leggen gebruikt ze het beeld van een ruiter en een paard. De ruiter staat voor de prefrontale cortex, het deel van je hersenen dat plant, relativeert en zich concentreert. Het paard staat voor het emotionele brein, dat snel en instinctief reageert. In een rustige omgeving houdt de ruiter de teugels prima vast. Maar elke melding, elke onderbreking en elk onrustig gevoel maakt het paard een beetje schichtiger, en de ruiter een beetje vermoeider.
Daar komt volgens haar iets bij wat we zelf in stand houden. Drukte is een statussymbool geworden. Wie het druk heeft, telt mee. En bezig zijn voelt goed, omdat multitasken en steeds iets nieuws doen je brein een kleine beloning geven. Zo raak je gewend aan een tempo dat je eigenlijk niet volhoudt.
Hoe je merkt dat je hoofd te vol zit
Sommige signalen zijn duidelijk, andere sluipen erin. Van De Voorde noemt onder meer de volgende.
- moeite met concentreren en snel afgeleid zijn
- steeds automatisch naar je telefoon grijpen
- slecht slapen en vergeetachtig zijn
- van de ene klus naar de andere springen zonder er een af te maken
- vermoeidheid en een stijve nek of schouders
Herken je veel van deze punten en houden ze aan, dan is het verstandig om er met je huisarts over te praten. Ze kunnen ook een andere oorzaak hebben dan drukte. In ons artikel over stresssignalen lees je meer over wanneer je beter aan de bel kunt trekken.
Drie gewoontes die rust terugbrengen
Van De Voorde is er duidelijk over dat het niet in een keer perfect hoeft. Begin klein, en maak er een gewoonte van in plaats van een eenmalig verwenmoment. Uit haar tips lichten wij er drie uit die makkelijk in een gewone werkdag passen.
1. Adem langer uit dan in
Gebruik de momenten waarop je nu automatisch je telefoon pakt, zoals in de rij bij de kassa of terwijl de koffie doorloopt. Adem rustig in en blaas langer uit dan je inademde. Volgens Van De Voorde helpt dat je lichaam om tot rust te komen. Het kost geen extra tijd, je gebruikt alleen anders de wachtmomenten die je toch al hebt.
2. Maak eerst zichtbaar hoeveel je op je scherm zit
Minder schermtijd is makkelijker gezegd dan gedaan, erkent ze zelf. Daarom begint ze bij bewustwording. Houd een week bij hoe vaak en hoe lang je op je telefoon zit, de meeste telefoons tonen dat al in de instellingen. Daarna kun je gericht ingrijpen. Leg je telefoon in een andere kamer als je iets af wilt krijgen, of haal je mail en sociale media van je telefoon en kijk er alleen nog op je laptop naar. Meer ideeën vind je in ons stuk over een digitale detox.
3. Plan rust zoals je een afspraak plant
Rust schiet er bij een volle agenda als eerste bij in. Van De Voorde werkt daarom met vaste spelregels voor zichzelf, zoals maximaal een sociale activiteit per weekend. Daarnaast raadt ze vaste rustmomenten aan, bijvoorbeeld een paar minuten aan het begin van de dag of elk uur even van je bureau opstaan om je spieren los te schudden. Het gaat om de vastigheid. Een rustmoment dat je elke dag op hetzelfde tijdstip neemt, hoef je niet telkens opnieuw te bevechten.
Waarom kleine stappen wel werken
Het mooiste aan deze aanpak vinden wij dat hij uitgaat van wat je wel kunt. Je hoeft je baan niet op te zeggen of een maand van de wereld af te gaan. Je verandert een paar automatismen, en je geeft je ruiter de kans om de teugels weer in handen te nemen.
Van De Voorde merkt op dat mensen die rust gaan ervaren, die rust daarna ook willen vasthouden. Als je merkt dat je je beter voelt en dat je relaties er beter van worden, wil je niet meer terug. Dat sluit aan bij wat bekend is over gewoontes, de eerste weken kosten moeite en daarna gaat het steeds vanzelfsprekender. Hoe lang dat ongeveer duurt, lees je in ons artikel over nieuwe gewoontes. Begin dus met een gewoonte, niet met alle drie tegelijk. Kies de makkelijkste en geef hem een paar weken.