voor wie net even iets meer wil weten
Carrière

Assertiever worden op je werk: zo kom je voor jezelf op zonder ruzie

Assertiever worden op je werk zonder ruzie? Het verschil met agressief, zinnen die werken, een maand oefenen en waarom je minder hard overkomt dan je denkt.

Mick Punt 16 oktober 2026 5 min
Collega's in gesprek aan een vergadertafel op kantoor
Foto: Redd Francisco via Unsplash

Je collega neemt in het overleg weer met jouw idee de eer. Je leidinggevende schuift op vrijdagmiddag nog een klus naar je toe. En jij zegt niets, of je zegt “prima” en baalt er de hele avond van. Assertiever worden staat bij veel mensen hoog op het lijstje. Alleen zijn ze bang om door te slaan en als lastig of agressief over te komen. Het goede nieuws is dat die angst meestal groter is dan nodig, en dat is gemeten.

Assertief is iets anders dan agressief

Assertief zijn betekent dat je opkomt voor je eigen belangen, mening en grenzen, en tegelijk rekening houdt met die van de ander. Daar zit het verschil met de twee uitersten. Wie passief is, slikt zijn eigen wensen in om de vrede te bewaren. Wie agressief is, drukt zijn zin door ten koste van de ander. Assertief zit ertussen. Je zegt helder wat je wilt of niet wilt, zonder de ander aan te vallen.

Dat is een vaardigheid, geen karaktertrek. Je kunt het leren, net als presenteren of plannen. De Amerikaanse psychologen Brittany Speed, Brandon Goldstein en Marvin Goldfried zetten in 2018 het onderzoek naar assertiviteitstraining op een rij in het vakblad Clinical Psychology: Science and Practice. Hun conclusie is dat zulke training goed onderbouwd is en helpt bij uiteenlopende problemen, al is ze in de psychologie wat in de vergetelheid geraakt.

Je komt waarschijnlijk minder hard over dan je denkt

Het interessantste onderzoek over assertiviteit gaat niet over wat je zegt, maar over hoe je denkt dat het overkomt. Daniel Ames en Abbie Wazlawek van Columbia Business School lieten in 2014 mensen onderhandelen en vroegen daarna aan beide partijen hoe assertief ze zichzelf en de ander vonden. De resultaten verschenen in het artikel Pushing in the Dark.

Wat bleek? Veel mensen die door hun gesprekspartner als precies goed werden gezien, dachten zelf dat ze te ver waren gegaan. Van de mensen die volgens de ander de juiste toon raakten, dacht 43 procent dat ze te opdringerig waren overgekomen. Slechts 12 procent dacht juist dat ze te slap waren geweest. De onderzoekers noemden dat de line-crossing illusion, het idee dat je een grens bent overgegaan terwijl dat niet zo is.

Dat heeft gevolgen. Wie denkt dat hij te hard was, gaat iets goedmaken. In het onderzoek accepteerden zulke mensen daarna soms een slechtere deal, puur om de relatie te herstellen die helemaal niet beschadigd was. Herken je dat? Je zegt een keer duidelijk nee, voelt je er schuldig over en zegt daarna drie keer ja.

Het omgekeerde komt ook voor. Ruim de helft van de mensen die als te slap werden gezien, dacht dat ze stevig genoeg waren geweest. Je eigen gevoel is dus geen betrouwbare meter. Daarom is het slim om af en toe te vragen hoe je overkomt, bijvoorbeeld na een lastig overleg. Hoe je dat aanpakt, lees je in ons stuk over om feedback vragen op je werk.

Zinnen die werken

Assertief zijn wordt een stuk makkelijker als je een paar zinnen paraat hebt. Hieronder staan een paar vormen die steeds terugkomen in trainingen.

  • Een ik-boodschap in plaats van een verwijt. Niet “jij pakt altijd mijn ideeën af”, maar “ik merk dat mijn voorstel nu onder jouw naam wordt besproken, en dat wil ik graag rechtzetten”.
  • Nee met een reden en een alternatief. “Dat lukt me deze week niet, want ik zit vol met het rapport. Volgende week dinsdag kan ik er wel naar kijken.”
  • Bedenktijd vragen. “Ik wil daar even over nadenken, ik kom er morgen bij je op terug.” Zo voorkom je dat je uit gewoonte ja zegt.
  • Rustig herhalen. Blijft iemand aandringen, dan herhaal je kalm je punt in dezelfde woorden, zonder steeds nieuwe argumenten aan te dragen.

Let ook op je lichaamstaal. Rechtop zitten, iemand aankijken en in een normaal tempo praten doen vaak meer dan de woorden zelf. En laat de verontschuldigingen weg die je automatisch voor je verzoek plakt, zoals “sorry dat ik het vraag, maar”.

Een maand oefenen in kleine stappen

Je wordt niet assertief door het een keer te besluiten. Het werkt beter om klein te beginnen en elke week een stap zwaarder te gaan. Deze opbouw kun je aanhouden.

  • Week 1. Zeg in elk overleg minstens één keer wat je ervan vindt, ook als het een kleine opmerking is.
  • Week 2. Vraag om iets wat je nodig hebt, zoals uitleg, een deadline die haalbaar is of hulp bij een klus.
  • Week 3. Zeg één keer bewust nee tegen een verzoek dat niet past, met een reden en een alternatief.
  • Week 4. Geef een collega of je leidinggevende rustig feedback over iets wat je dwarszit.

Schrijf na elke oefening kort op hoe het ging en hoe de ander reageerde. Grote kans dat de reactie milder was dan je vreesde. Dat is precies de illusie uit het onderzoek van Ames, en door het op papier te zetten, zie je hem zelf.

Wanneer het niet aan jou ligt

Assertiviteit helpt in een gezonde werkomgeving. Op een plek waar mensen worden afgestraft voor een eerlijke mening, ligt het probleem niet bij jou. Dan helpt het weinig om nog duidelijker te worden, en is het verstandiger om te kijken wat je kunt doen tegen die cultuur. Daarover schreven we eerder in ons stuk over angstcultuur op je werk herkennen.

Voor de meeste mensen geldt het tegenovergestelde. De ruimte is er wel, ze durven hem alleen niet te pakken. Begin dus deze week met die ene opmerking in het overleg. Je zult merken dat de wereld niet vergaat, en dat je collega’s het waarschijnlijk niet eens als iets bijzonders zien.

Cookies en statistieken