voor wie net even iets meer wil weten
Carrière

Een op de drie werknemers in de gevarenzone voor burn-out: zo bespreek je het

Bijna een op de drie Belgische werknemers loopt burn-outrisico. Zo bereid je het gesprek over werkdruk met je leidinggevende voor en wat je doet als het niets oplevert.

Mick Punt 6 oktober 2026 4 min
Werknemer en leidinggevende in een rustig gesprek aan een tafel op kantoor
Foto: Campaign Creators via Unsplash

Bijna een op de drie werknemers in België loopt een verhoogd tot zeer hoog risico op een burn-out. Dat blijkt uit nieuw onderzoek dat op 6 oktober 2026 in het nieuws kwam. De cijfers gaan over onze zuiderburen, maar het patroon zal veel Nederlanders bekend voorkomen. Wie merkt dat het werk te veel wordt, weet vaak wel dat er iets moet veranderen. Het lastige is de volgende stap, namelijk het gesprek met je leidinggevende. Hoe pak je dat aan zonder dat het voelt als opgeven?

Wat het Belgische onderzoek laat zien

Het onderzoek is gedaan door UGent@Work, een onderzoeksgroep van de Universiteit Gent, onder 1.333 Belgische werknemers. Volgens HLN zit 31 procent in de gevarenzone, gemeten met de Burn-out Assessment Tool. Bij 17 procent gaat het om een verhoogd risico, bij 14 procent om een zeer hoog risico. Werknemers tussen 35 en 49 jaar scoren het slechtst, met 36 procent.

Opvallend is wat werknemers zelf als drempel noemen. Twee derde vindt het werk cognitief zwaar, ruim de helft ervaart veel bureaucratie en administratie, en de helft spreekt van een zware werklast. Tegelijk zegt maar 41 procent dat de werkgever iets doet om mentale problemen te voorkomen. Een flinke groep weet niet eens of er hulp bestaat binnen het bedrijf.

Dat laatste is misschien de belangrijkste les, ook voor wie in Nederland werkt. Als je niet weet welke hulp er is, zoek je er ook niet naar, en dan blijft het probleem liggen tot het niet meer gaat. Eerder schreven we over de signalen van uitval door stress. Dit artikel gaat over wat je doet als je die signalen bij jezelf herkent.

Waarom het gesprek zo vaak uitblijft

Veel mensen stellen het gesprek uit omdat ze bang zijn dat het als zwakte wordt gezien. Of omdat ze denken dat het na de drukke periode vanzelf beter wordt. Die drukke periode is alleen vaak geen periode, maar de normale situatie geworden. Hoe langer je wacht, hoe groter de stap en hoe minder energie je hebt om hem te zetten.

Het helpt om het gesprek anders te zien. Je komt niet klagen, je komt een probleem melden dat ook je werkgever raakt. In Nederland is je werkgever volgens het Arboportaal verplicht om beleid te voeren dat werkdruk en andere vormen van psychosociale arbeidsbelasting voorkomt of beperkt. Dat staat in artikel 2.15 van het Arbobesluit. Jij levert dus informatie die hij nodig heeft om zijn werk goed te doen.

Zo bereid je het voor

Een goed gesprek begint met een paar aantekeningen. Schrijf niet op hoe je je voelt in algemene termen, maar wat er concreet gebeurt. Denk aan de volgende punten.

  • Wat er op je bord ligt. Maak een lijst van je taken en projecten en hoeveel tijd ze ongeveer kosten. Vaak zie je dan zelf al dat het niet past in je uren.
  • Wat er veranderd is. Is er een collega vertrokken zonder vervanging, kwam er een nieuw systeem bij of groeide het aantal klanten? Een verandering is makkelijker te bespreken dan een gevoel.
  • Wat je merkt. Slaap je slechter, maak je meer fouten of werk je structureel ’s avonds door? Noem het zonder het groter of kleiner te maken.
  • Wat je voorstelt. Welke taak kan tijdelijk weg, wat kan later, waar heb je hulp bij nodig? Met een voorstel wordt het een gesprek over oplossingen.

Vraag om een apart moment en doe het niet tussen twee vergaderingen door. Zeg bij het inplannen kort waar het over gaat, bijvoorbeeld dat je wilt praten over je werkdruk. Dan is je leidinggevende niet overvallen en kan die zich ook voorbereiden.

Tijdens het gesprek

Begin met de feiten uit je lijst en vertel daarna wat het met je doet. Zo blijft het gesprek bij iets wat jullie samen kunnen oplossen. Vraag je leidinggevende ook wat hij of zij ziet. Soms is er geen idee hoeveel er bij één persoon terechtkomt, zeker als taken in de loop van de tijd zijn aangegroeid.

Maak aan het eind concrete afspraken. Welke taak gaat er af of schuift op, wie neemt wat over en wanneer kijken jullie of het werkt? Een vervolgafspraak over een paar weken voorkomt dat het bij goede bedoelingen blijft. Stuur na afloop een korte mail met wat jullie hebben afgesproken. Dat is geen wantrouwen, het helpt jullie allebei om het na te komen.

Als het gesprek niets oplevert

Niet elke leidinggevende reageert zoals je hoopt. Dan zijn er andere wegen. Iedere werknemer in Nederland heeft toegang tot een bedrijfsarts, ook als je niet ziek bent. De bedrijfsarts adviseert onafhankelijk van je werkgever en heeft een medisch beroepsgeheim. Je kunt daar dus terecht om te bespreken wat er speelt, zonder dat je eerst moet uitvallen.

Daarnaast kun je in veel organisaties terecht bij een vertrouwenspersoon, de preventiemedewerker of de HR-afdeling. En je huisarts is er ook voor klachten die met werk te maken hebben. Ben je al uitgevallen en maak je je zorgen over je baan, lees dan wat de wet zegt over ontslag tijdens een burn-out.

Het belangrijkste is dat je het gesprek voert terwijl je er nog energie voor hebt. Het Belgische onderzoek laat zien hoeveel mensen al in de gevarenzone zitten zonder dat het werk daarop wordt aangepast. Een eerlijk gesprek is geen garantie dat alles verandert, maar zonder dat gesprek verandert er zeker niets.

Cookies en statistieken