Cursus, avondschool of zelfstudie: hoe je naast je werk iets nieuws leert
Vier manieren om naast je baan iets te leren, naast elkaar op tijd, kosten, begeleiding en de plek waar het meestal misgaat.
September is het moment waarop half Nederland zich ergens voor inschrijft. De avondcursussen beginnen, de deeltijdopleidingen draaien op, en op je telefoon staat opeens een advertentie voor een cursus die je leven zou veranderen. De vraag is zelden of je iets wilt leren. De vraag is welke vorm je volhoudt naast een baan, een gezin en alles wat er verder al in je week zit. Dat is een andere afweging dan welk onderwerp het leukst klinkt, en het is de afweging waar de meeste mensen overheen stappen.
Ik zet hieronder vier manieren naast elkaar op de punten die er in de praktijk toe doen: hoeveel tijd het per week kost, wat je er ongeveer voor betaalt, hoeveel begeleiding je krijgt, en waar het meestal misgaat. Wat mij betreft is dat laatste de belangrijkste kolom. Vrijwel iedereen die ik ken die halverwege afhaakte, deed dat niet omdat het onderwerp tegenviel, maar omdat de vorm niet paste bij het leven dat hij al had.
De vier vormen naast elkaar
| Vorm | Tijd per week | Orde van kosten | Begeleiding | Waar het misgaat |
|---|---|---|---|---|
| Avondcursus bij een volksuniversiteit of privaat instituut | 2 tot 4 uur, waarvan meestal 2 vast op een avond | Enkele honderden euro’s per blok | Een docent voor de groep, weinig persoonlijke feedback | Twee gemiste avonden en je bent de draad kwijt, want er is geen inhaalmoment |
| Deeltijdopleiding op mbo- of hbo-niveau | 12 tot 20 uur, inclusief opdrachten en reistijd | Collegegeld of cursusgeld per jaar, vaak enkele duizenden euro’s | Vaste docenten, medestudenten, tentamens die je dwingen | De eerste drukke periode op je werk valt samen met een deadline, en dan schuift alles |
| Online zelfstudie met video’s en oefenmateriaal | Zoveel als je pakt, in de praktijk vaak nul | Van gratis tot een paar tientjes per maand | Geen, hooguit een forum | Niemand mist je als je stopt, dus je stopt |
| Leren binnen je eigen werk, met een interne opleiding of een mentor | Meestal binnen werktijd, plus wat voorbereiding | Vaak niets voor jou, betaald door de werkgever | Direct en concreet, van iemand die je werk kent | Het verwatert zodra het druk wordt, omdat er geen datum aan hangt |
Wat in die tabel opvalt als je hem een paar keer leest: de vormen die het meeste geld kosten zijn ook de vormen met de meeste externe druk, en die druk is precies waar de meeste mensen het van moeten hebben. Een tentamen in januari is een lelijke motivator, maar hij werkt. Een cursusmap die je op je eigen tempo mag doornemen is een prettig idee, en verdwijnt in de la.
Begin bij je week, niet bij het aanbod
De eerlijkste eerste stap is een saaie: schrijf op welke uren in jouw week écht vrij zijn. Niet de uren die vrij zouden moeten zijn als alles meezit, maar de uren die er de afgelopen maand daadwerkelijk waren. Bij de meeste mensen komt daar iets uit tussen de drie en de zes uur, en dan zit daar ook nog de was, de boodschappen en de verjaardag van een neef tussen. Kies vervolgens een vorm die in die uren past met een marge, want een cursus die precies past valt om bij de eerste griep.
Ik heb het zelf een keer verkeerd gedaan door in te schrijven voor iets van twaalf uur per week terwijl ik er hooguit zes had. Dat hield ik zeven weken vol, en toen was ik niet alleen het geld kwijt, maar ook het idee dat ik dat soort dingen kan. Dat tweede is duurder dan het eerste. Sindsdien kies ik liever iets kleins dat ik afmaak dan iets groots waar ik trots op zou zijn als het lukte. Wie meer wil dan één cursus doet er goed aan te denken in reeksen van kleine stappen, zoals ook geldt voor bijscholing die je loopbaan verder helpt: drie afgeronde blokken achter elkaar leveren meer op dan één ambitieus traject dat halverwege stilvalt.
Wat het kost en wat je terugkrijgt
Geld is meestal niet de doorslaggevende factor, maar het helpt om de bedragen naast elkaar te zetten voordat je tekent. Een avondcursus van tien weken zit doorgaans in de orde van een paar honderd euro. Een deeltijdopleiding loopt per studiejaar in de duizenden. Online abonnementen ogen goedkoop, maar tel eens op wat een tientje per maand over twee jaar wordt als je er na maand drie niet meer inlogt. Vraag daarnaast altijd bij je werkgever na wat er uit het opleidingsbudget kan. Veel cao’s kennen een persoonlijk budget waar bijna niemand naar vraagt, en werkgevers zeggen vaker ja dan mensen verwachten, zeker als je het koppelt aan iets waar de afdeling wat aan heeft.
De opbrengst is lastiger in een getal te vatten, en daar moet je eerlijk in zijn tegen jezelf. Sommige cursussen leveren direct iets op: een certificaat dat in een vacature staat, een vaardigheid waar je collega’s je voor komen halen, een stap naar ander werk. Andere leveren vooral plezier op, en dat is een volstrekt geldige reden. Alleen moet je ze niet door elkaar halen. Een cursus die je uit plezier doet moet je niet gaan verantwoorden met carrièreargumenten, want dan ga je hem beoordelen op iets waar hij niet voor bedoeld was. Dat een interessante loopbaan om investeringen vraagt betekent niet dat elke investering langs de meetlat van rendement moet.
De vorm die bijna altijd onderschat wordt
Van de vier rijen in de tabel is de onderste in mijn ogen de meest verwaarloosde. Leren op je eigen werk, met iemand die het vak al kan, kost je geen avond en geen geld, en het sluit exact aan bij wat je morgen nodig hebt. Het gebeurt alleen bijna nooit vanzelf, omdat er geen inschrijfformulier bij hoort. Wil je dat het lukt, geef het dan de structuur die een cursus wel heeft: spreek een vast half uur per week af, zet het in beide agenda’s, en maak van tevoren een lijstje met wat je die keer wilt kunnen. Zonder datum en zonder onderwerp wordt het een gesprek over hoe het gaat, en daar leer je niets van.
Diezelfde structuur redt trouwens ook de online zelfstudie, de vorm met het slechtste rapport in de tabel. Spreek met een collega of een vriend af dat jullie elke dinsdag om acht uur dezelfde les doen en er daarna tien minuten over bellen, en de kans dat je het afmaakt schiet omhoog. Je leent dan van buitenaf de druk die de opleiding in zijn prijs had zitten. Het is dezelfde truc als een lesrooster bij een praktisch doel dat je alleen niet volhoudt, zoals bij het halen van je rijbewijs: niet je motivatie brengt je naar de eindstreep, maar de afspraak die al vaststaat.
Zo maak je de keuze deze week
Loop de tabel van boven naar beneden en streep weg wat qua uren niet past. Kijk daarna welke van de overgebleven vormen genoeg externe druk geeft voor het type mens dat jij bent. Wie zichzelf goed aan afspraken houdt, komt met zelfstudie een heel eind en houdt het geld in zijn zak. Wie dat van zichzelf weet dat het niet lukt, kan beter meteen betalen voor een rooster en een docent. Dat is geen zwakte, dat is jezelf kennen en er iets slims mee doen.
En dan nog dit: schrijf je in voor iets dat binnen twaalf weken een eindpunt heeft. Een cursus met een afronding voor de kerst geeft je in december een moment waarop je iets hebt afgemaakt, en dat is precies de brandstof waarmee je in januari verder gaat. Een traject dat pas over anderhalf jaar ergens uitkomt, vraagt van je dat je al die tijd op je enthousiasme drijft. Dat kan, maar het is een risico dat je niet hoeft te nemen als je ook in blokken kunt werken.